Deze website wordt mogelijk gemaakt met dank aan onze sponsoren:
Gugumo B.V. voor juridisch advies
Gugumo Collect voor incasso
en debiteurenbeheer
Aan deze website kunnen geen rechten worden ontleent.
Inleiding zondag 20 mei 2012 // Comments (0)
Beschikking van de Minister van Justitie
van 15 oktober 2007, nr. 5509595/07/6,
tot vaststelling van het percentage
waarmee de bedragen voor levensonderhoud
met ingang van 1 januari 2008
worden verhoogd (Beschikking wijzigingspercentage
levensonderhoud 2008)
De Minister van Justitie, Gelet op artikel 402a van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek;
Besluit Comments (0)
Artikel 1
Het percentage, bedoeld in artikel 402a, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek, waarmede bedragen voor levensonderhoud met ingang van 1 januari 2008
worden verhoogd, wordt vastgesteld op 2,2.
Artikel 2
Deze beschikking wordt aangehaald als: Beschikking wijzigingspercentage levensonderhoud
2008.
Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 15 oktober 2007.
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin.
Toelichting Comments (0)
Met ingang van 1 januari 2008 zullen uitkeringen voor levensonderhoud weer automatisch
worden aangepast. Het percentage waarmee de bestaande, vastgestelde of gewijzigde
alimentaties zullen worden verhoogd, is door de Minister van Justitie vastgesteld
op 2,2.
De wettelijke regeling van indexering der alimentaties
Ingevolge artikel 402a van Boek 1 van
het Burgerlijk Wetboek (BW) worden
de bij rechterlijke uitspraak of bij overeenkomst
vastgestelde bedragen voor
levensonderhoud jaarlijks met ingang
van 1 januari automatisch met een
bepaald percentage gewijzigd. Dit percentage
is gelijk aan het procentuele
verschil tussen het indexcijfer der lonen
per de 30ste september onmiddellijk
voorafgaande aan die eerste januari en
het indexcijfer der lonen per 30 september
in het jaar daarvoor.
Het indexcijfer der lonen is nader
omschreven in het Besluit van 28 september
1992, houdende begripsomschrijving
van het indexcijfer der lonen
(Stb. 1992, 507, laatstelijk gewijzigd bij
besluit van 16 augustus 2003, Stb. 328).
Bepalend is het indexcijfer van caolonen
per maand (inclusief bijzondere
beloningen), zoals dat wordt berekend
door het Centraal Bureau voor de Statistiek
naar de stand op de laatste werkdag
van elke kalendermaand en voor de eerste
maal, al dan niet voorlopig, wordt
bekend gemaakt door dit Bureau. Bij de
samenstelling van dit indexcijfer wordt
behalve met de salarissen in het bedrijfsleven,
ook rekening gehouden met de
ontwikkeling van de salarissen bij de
overheid en met de ontwikkeling van de
salarissen in andere sectoren.
Percentage geldend voor het jaar 2008
Voor de wijziging van de alimentaties
die volgens de hiervoor beschreven wettelijke
regeling per 1 januari 2008 zal
plaatsvinden, komen in aanmerking de
indexcijfers per 30 september 2006 en
per 30 september 2007. Deze bedragen
115,9 respectievelijk 118,5, hetgeen een
procentueel verschil van 2,243. oplevert.
Afronding ingevolge de wet op tienden
van een procent betekent een verhoging
van de alimentaties per 1 januari 2008
met 2,2%.
Het percentage van de wijziging van
de alimentaties dat zal gelden vanaf
1 januari 2008 is derhalve bepaald op 2,2.
Percentages, geldend voor de jaren tot 1975
Al naar gelang het jaar van vaststelling (1973, 1972, 1971 of 1970 of eerder),
bedroeg het percentage van de op 1 januari 1974 ingegane verhoging: 12, 23,
40 en 54.
Percentage, geldend voor de jaren 1975–2008
1975: 16
1976: 13
1977: 7
1978: 8
1979: 6
1980: 6
1981: 4
1982: 3
1 april 1983 – 31 december 1983: 6,4
1984: –
1985: 0,5
1986: 1,1
1987: 1,3
1988: 0,5
1989: 1
1990: 1,6
1991: 3,2
1992: 3,7
1993: 4,2
1994: 2,5
1995: 1,3
1996: 1,1
1997: 1,7
1998: 2,3
1999: 3,3
2000: 2,5
2001: 3,3
2002: 4,6
2003: 3,9
2004: 2,5
2005: 1,1
2006: 0,9
2007: 1,8
2008: 2,2
Deze percentages gelden voor de alimentaties,
die in het jaar voorafgaande
aan het jaar waarvoor het percentage is
vastgesteld, bestonden, zijn vastgesteld
of gewijzigd. Onder ‘vaststellen of wijzigen’
vallen ook de wijzigingen die
door voorafgaande indexering(en) tot
stand zijn gekomen.
Enkele voorbeelden in verband met de verhoging per 1 januari 2008
De alimentatie is in 2007 door de rechter
of door partijen bij overeenkomst
bepaald op € 250,– per maand. Dit
bedrag wordt dus met ingang van 1 januari
2008 € 250,– + 2,2% = € 255,50 per
maand.
In 1990 is de alimentatie vastgesteld
op ƒ 587,26 per maand. Per 1 januari
1991 werd dit bedrag met 3,2% verhoogd
tot ƒ 606,05 per maand. Per
1 januari 1992 kwam daar 3,7% bij
zodat het bedrag werd: ƒ 628,47 per
maand. Per 1 januari 1993 werd dit
bedrag met 4,2% verhoogd tot ƒ 654,87
per maand. Per 1 januari 1994 kwam
daar 2,5% bij, zodat het bedrag werd:
ƒ 671,24 per maand. Per 1 januari 1995
werd dit bedrag met 1,3% verhoogd:
ƒ 679,97 per maand. Per 1 januari 1996
werd het bedrag met 1,1% verhoogd:
ƒ 687,45 per maand. Per 1 januari 1997
is dit bedrag met 1,7% verhoogd tot
ƒ 699,14 per maand. Per 1 januari 1998
kwam daar 2,3% bij, zodat het bedrag
werd: ƒ 715,22 per maand. Per 1 januari
1999 werd dit bedrag verhoogd met
3,3%: ƒ 738,82 per maand. Per 1 januari
2000 werd het bedrag verhoogd met
2,5%: ƒ 757,29 en per 1 januari 2001
kwam daar 3,3% bij en werd het bedrag
ƒ 782,28 per maand. Voor 2002 werd
het bedrag ƒ 782,82 + 4,6% = ƒ 818,83
= € 371,57. Per 1 januari 2003 kwam
daar 3,9% bij, zodat het bedrag werd:
€ 386,06 per maand. Vervolgens kwam
daar per 1 januari 2004 2,5% bij, zodat
het bedrag werd: € 395,71 per maand.
Per 1 januari 2005 werd dit bedrag met
1,1% verhoogd en werd € 400,06. Dit
bedrag werd voorts per 1 januari 2006
verhoogd met 0,9%, hetgeen betekent
dat het bedrag € 403,66 werd. Per
1 januari 2007 werd dit bedrag met
1,8% verhoogd en werd € 410,93. Per
1 januari 2008 komt daar 2,2% bij,
zodat het bedrag € 419,97 per maand
wordt.
Uitzondering op de regel
In één geval geldt de wettelijke indexering
in het geheel niet. Als namelijk
vóór 1 januari 1973 de hoogte van de
bedragen in de rechterlijke uitspraak of
in de overeenkomst mede afhankelijk is
gesteld van de ontwikkeling van het peil
van het inkomen, de lonen of de prijzen,
worden deze bedragen niet van rechtswege
verhoogd met de vastgestelde
percentages. Voor deze alimentatiebedragen
blijft dan van kracht wat de
rechter heeft bepaald of wat in de overeenkomst
staat.
Uitsluiting van de indexering
Er kunnen redenen zijn om niet mee te
doen aan de aanpassing van rechtswege
van de alimentatie en om liever vaste
bedragen aan te houden. Indien de alimentatieplichtige
bijvoorbeeld moet
leven van een vast inkomen dat niet
meegaat met het loon- en prijspeil, kan
automatische stijging van de alimentatie
voor hem bezwaarlijk zijn. Men kan dan
bij overeenkomst de indexering van
rechtswege uitsluiten. Ook kan elk van
beide partijen aan de rechter vragen die
indexering uit te sluiten.
Men kan de wettelijke indexering ook
voor een bepaalde tijd uitsluiten, bijvoorbeeld
voor één jaar. Er kan daarvoor
reden zijn als de alimentatie aan
het eind van het jaar werd vastgesteld en
bijvoorbeeld als de alimentatieplichtige
niet op korte termijn op inkomensverhoging
kan rekenen.
Men wil de voorkeur geven aan een
andere vorm van automatische aanpassing
van de alimentatie, bijvoorbeeld
door die te koppelen aan wijzigingen in
het salaris van de alimentatieplichtige,
of aan een prijsindexcijfer.
In artikel 402a Boek 1 BW is uitdrukkelijk
vastgelegd dat de rechter die de
wettelijke indexering uitsluit, daarbij
tevens kan bepalen dat de alimentatie op
een andere wijze dan door de wettelijke
indexering zal worden aangepast. De
rechter kan hiertoe overgaan op verzoek
van de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde,
maar ook ‘ambtshalve’,
dat wil zeggen zonder dat hem
daartoe formeel is verzocht. Aldus kan
de rechter de wijziging van de alimentatie
bijvoorbeeld koppelen aan de ontwikkelingen
van het inkomen van de
alimentatieplichtige, dus een zogenaamde
‘aanpassing op maat’ bewerkstelligen.
Maar ook de alimentatieplichtige
en de alimentatiegerechtigde zullen in
de overeenkomst waarbij zij de wettelijke
indexering uitsluiten, in plaats daarvan
zo'n speciaal aanpassingscriterium
kunnen opnemen. In dat geval is de
gang naar de rechter niet nodig.
Indien de rechter een ‘aanpassing op
maat’ geeft, kan hij op verzoek tevens
een regeling vaststellen omtrent de wijze
en tijdstippen waarop de onderhoudsplichtige
aan de onderhoudsgerechtigde
gegevens dient te verschaffen ten behoeve
van de aanpassing. Zo'n regeling kan
eventueel ook later nog aan de rechter
worden gevraagd. Ook kan een door de
rechter vastgestelde ‘informatieregeling’
op verzoek alsnog door de rechter worden
gewijzigd.
Mocht uitsluiting van de wettelijke
indexering, bij voorbeeld na verloop van
tijd, onbillijke verschillen te zien geven
met de algemene regeling, dan kan men
de rechter verzoeken de uitsluiting ongedaan
te maken. Daarna is de algemene
regeling weer van toepassing. Indien de
rechter tevens een ‘aanpassing op maat’
had vastgesteld, zal de uitsluiting van de
wettelijke indexering ook op andere
gronden’ dan die genoemd in artikel 401
Boek 1 BW ongedaan kunnen worden
gemaakt. Zo bij voorbeeld indien gebleken
is dat de regeling van aanpassing
van de onderhoudsbijdrage overeenkomstig
het individuele inkomen van de
alimentatieplichtige, of overeenkomstig
een nog ander criterium, tussen betrokkenen
niet bevredigend functioneert.
Beroep op de rechter
De wettelijke indexering van alimentaties volgt de algemene ontwikkeling van
het loonpeil. De individuele omstandigheden kunnen echter sterk afwijken van
die algemene ontwikkeling. In zo'n geval kan men een beroep op de rechter doen
om een vroegere rechterlijke uitspraak of een alimentatie-overeenkomst aan te
passen aan de veranderde omstandigheden. Uiteraard blijft het altijd mogelijk
met de alimentatiegerechtigde een regeling te treffen. De gang naar de rechter
is eerst dán noodzakelijk, indien men onderling niet tot overeenstemming kan
komen.
Rechter en advocaat
In de gevallen, waarin men voor uitkeringen van levensonderhoud de hulp van
de rechter wil inroepen, is de hulp van een advocaat noodzakelijk.